Taalmeter 1F

De Taalmeter bestaat uit vijf leesopdrachten met totaal 24 verschillende vragen. Elke leesopdracht heeft negentien verschillende versies. Hierdoor zijn er in totaal bijna 2,5 miljoen verschillende varianten. De Taalmeter kan veel laaggeletterden eenvoudig herkennen die anders onopgemerkt zou blijven.

De Taalmeter is een online screening waarmee organisaties op een snelle en eenvoudige wijze mensen op het spoor kunnen komen die mogelijk moeite hebben met lezen. De Taalmeter is dus geen toets of test. De Taalmeter bepaalt niet het exacte niveau van geletterdheid, daar is een toets voor nodig, zoals de TOA. De Taalmeter laat zien of er mogelijk leesproblemen zijn.

In 2014 zijn er per maand 1.000 Taalmeters afgenomen door meer dan 150 organisaties. Alle deelnemers hebben een opleidingsniveau op of onder mbo-4 niveau. Binnen ieder type organisatie blijkt ongeveer 40% van alle deelnemers aan de Taalmeter een mogelijk leesprobleem te hebben. 

 

Deelnemers van de Taalmeter kunnen in maximaal twaalf minuten alle vragen beantwoorden. Na het verstrijken van de tijd, stopt de Taalmeter automatisch en krijgt men de uitslag via e-mail direct binnen. 

In principe kan iedere gemeente, bedrijf,  of andere organisatie aan de slag met de Taalmeter. Een gemeente kan bijvoorbeeld de Taalmeter gebruiken als onderdeel van een brede intake voor de Wet Werk en Bijstand. P&O- en HRM-afdelingen van bedrijven en zorginstellingen kunnen de Taalmeter gebruiken om personeel te screenen op hun taalvaardigheden. Uitzendbureaus kunnen de Taalmeter inzetten om een indicatie te krijgen van het taalniveau van de werkzoekende. 

Deze Taalmeter is geschikt voor iedereen die basisonderwijs heeft gevolgd en/of de groep die een vmbo- of mbo 1-opleiding heeft afgerond. Daarnaast kunnen anderstaligen, die het Nederlands redelijk beheersen op het niveau van het inburgeringsexamen, de Taalmeter maken. 

Hiermee voldoen we aan een vraag van veel organisaties. Zij krijgen hiermee een completer beeld van de achtergrond van de klant, zodat zij hem of haar beter kunnen koppelen aan een lees- en schrijfcursus bij bijvoorbeeld een private opleider, roc, bibliotheek of maatschappelijke organisatie.

De Taalmeter is ontwikkeld door Stichting Lezen & Schrijven in samenwerking met PwC, ITTA, CINOP, Ella Bohnenn en de Universiteit Maastricht. De vragen zijn door deze experts opgesteld. Ook is de Taalmeter in een pilotfase getest bij deelnemers van taalcursussen en bij klanten van gemeente Den Haag en gemeente Rotterdam. Tot slot heeft de Universiteit van Amsterdam onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid en validiteit van het instrument. 

Dat is afhankelijk van het taalniveau van de deelnemer. De Taalmeter bestaat uit vragen op 1F-niveau. Sommige deelnemers beantwoorden veel vragen goed, andere deelnemers beantwoorden de vragen minder vragen goed. 

Iedere gemeente heeft hiervoor haar eigen oplossing. Gemeente Den Haag werkt samen met twee taalaanbieders. De gemeente verwijst mensen die mogelijk moeite hebben met lezen (taal) door naar de taalaanbieders voor een intake. Daarna kunnen zij daar een lees- en schrijftraject starten. De gemeente Schiedam gebruikt de Taalmeter bij de Formulierenbrigade. Mensen die daar waarschijnlijk moeite met lezen hebben, worden doorverwezen naar het Taalpunt in de bibliotheek.

 

Samen met organisaties die gebruik (willen) maken van de Taalmeter onderzoeken en bespreken we de doorverwijsmogelijkheid. 

Dat is niet het geval. Gemeenten mogen zelf bepalen of zij de Taalmeter verplicht of vrijwillig inzetten. Wij adviseren gemeenten en andere organisaties over het gebruik van de Taalmeter en hoe zij de beste resultaten kunnen bereiken. Gemeenten gebruiken de Taalmeter als middel om een indicatie te krijgen van het leesniveau en inzicht te krijgen of een lees- en schrijftraject noodzakelijk is.

 

Uit onderzoek blijkt wel dat wanneer een gemeente de Taalmeter structureel inzet en daarmee onderdeel laat zijn van een intake, er op deze manier wel de beste resultaten worden geboekt. 

De mensen die de Taalmeter minder goed maken hebben vaak unieke leervragen en leerbehoeften. Er wordt dus altijd gekeken welk traject het beste past bij de behoeften van de taalleerder. Iedere gemeente heeft haar eigen educatieve aanbod, dat beschikbaar is via de Taalzoeker.  

Afhankelijk van de situatie kan men terecht bij een roc, een bibliotheek, een maatschappelijke organisatie, een (non)formele taalaanbieder of bij een vrijwilligersorganisatie die is aangesloten bij Taal voor het Leven. Een combinatie van verschillend aanbod is natuurlijk ook mogelijk.

 

Het gebruik van het instrument Taalmeter zelf is kosteloos.

Wij gaan graag met u in gesprek over hoe we de Taalmeter als instrument het beste kunnen borgen binnen uw organisatie. Het is van belang om de Taalmeter pas in te zetten wanneer er voldoende taalaanbod beschikbaar is, waar de deelnemer van de Taalmeter in de gelegenheid wordt gesteld om een cursus te volgen.  

Hiervoor kunt u contact opnemen Stichting Lezen & Schrijven. Doorgaans ontvangt u dan binnen enkele dagen bericht.